Bedrijvenbeleid en Industriebeleid

De Stichting voor Industriebeleid en Communicatie (SIC) is in februari 2000 opgericht met het doel industriebeleid permanent op de agenda te zetten. In die tijd kreeg industriebeleid alleen aandacht tijdens laagconjunctuur. De overheid en het bedrijfsleven hebben in 2011 een plan voor het bedrijvenbeleid vastgesteld. Dit beleid sluit op alle hoofdpunten aan bij de visie van SIC op industriebeleid. Op deze pagina treft u naast een korte geschiedenis van industriebeleid in Nederland, de laatste ontwikkelingen rond het bedrijvenbeleid en de daarbij behorende Topteams aan.

Korte geschiedenis van Industriebeleid

In begin tachtiger jaren van de vorige eeuw was er in Nederland nog sprake van een actief industriebeleid. Het rapport Plaats en Toekomst van de Nederlandse Industrie had er voor gezorgd dat de focus hiervan meer toekomstgericht werd. De Commissie Wagner kreeg vanaf 1981 als taak te adviseren over de daadwerkelijke uitwerking van het beleid. Het ging om onderwerpen als de hoogte van het loon (met het Akkoord van Wassenaar als hoogtepunt) en onderwijs, maar ook om concrete maatregelen om innovatie te stimuleren – waarover eerder al de Innovatienota was verschenen. Mede door het RSV-debacle trok de overheid zich echter toch terug. De afdeling Industrie van EZ kreeg een dreun die ze niet meer te boven kwam, waardoor industriebeleid van de agenda verdween. Dit gold vooral voor het sectorgerichte deel ervan, waardoor deze expertise vanaf de jaren negentig niet meer bij EZ te vinden is. Het ministerie volgde een minder risicovolle strategie rond algemene thema's en voorwaardenscheppend beleid. De gunstige conjunctuur maakte dat weinigen vroegen om aandacht voor het industriebeleid. Het duurde tot de crisis van 2000 dat de overheid zich opnieuw realiseerde dat er beleid nodig was om de positie van Nederland te verbeteren. Het innovatiebeleid dat in het voorgaande decennium weinig aandacht kreeg, stond weer in de belangstelling. De woorden technologie en innovatie kwamen in de mode. Er kwam zelfs een heus Innovatieplatform. Ook de aandacht voor industriebeleid nam weer toe. Steeds meer betrokken partijen raakten overtuigd van het feit dat de industrie een grote betekenis heeft voor de ontwikkeling van Nederland.

Bedrijvenbeleid en de Topteams

In maart 2011 nam Minister maxime Verhagen het initiatief het bedrijfsleven uit te nodigen mede richting te geven aan het zgn. Bedrijvenbeleid. In zijn voorstellen werden de 9 belangrijkste sectoren gevraagd om medio juni 2011 plannen in te dienen die de internationale concurrentiepositie van de sector zouden versterken. Hiervoor werden zgn. Topteams samengesteld ondersteund door enkele medewerkers van het ministerie en van brancheorganisaties. Door veel organisaties waaronder SIC werd in deze fase schriftelijk gereageerd op de voornemens. De SIC reactie bevatte de volgende hoofdpunten:
- SIC is verheugd dat er weer sprake zal zijn van specifiek beleid, maar teleurgesteld dat het beschikbare budget niet verhoogd wordt ten opzichte van de laatste jaren.
- SIC stelt al jaren dat het bedrijfsleven zelf verantwoordelijk moet zijn voor industriebeleid; dit standpunt wordt nu gelukkig ook als uitgangspunt genomen. Toch denk SIC dat het belangrijk is dat het monitoren van het gevoerde beleid door een neutrale onafhankelijke organisatie zou moeten gebeuren.
- SIC vindt het teleurstellend dat de overheid niet meer kaders stelt voor de Topteams en dat er geen concreet geformuleerde toekomstvisie aan het beleid ten grondslag ligt.

Voor alle sectoren en Topteams die centraal staan in het industriebeleid kunt u klikken op de link om de actuele stand van zaken te zien:
High Tech, Chemie, Energie, Creatieve Industrie, Life Sciences en Health, Logistiek, Tuinbouw, Water en Agro en Food. Tot slot is er nog een apart Topteam ingesteld dat zich specifiek bezighoudt met het vraagstuk van de (internationale) Hoofdkantoren.

In september 2011 reageerde Verhagen op de in juni 2011 ingediende sectorplannen door het uitbrengen van de nota “NAAR DE TOP; Het bedrijvenbeleid in acties”. In deze nota wordt de volgende ambitie geformuleerd:
1. Nederland in de top 5 van kenniseconomieën in de wereld (in 2020);
2. Stijging van de Nederlandse R&D-inspanningen naar 2,5% van het BBP (in 2020);
3. Topconsortia voor Kennis en Innovatie waarin publieke en private partijen participeren voor meer dan € 500 miljoen waarvan tenminste 40% gefinancierd door het bedrijfsleven (in 2015).

De belangrijkste actiepunten in de nota zijn:

  • Per 1 januari 2012 een fiscale aftrek voor investeringen in R&D (RDA).
  • Bedrijven, kennisinstellingen en overheid sluiten vóór 31 december  innovatiecontracten af.
  • Publiek-private samenwerking worden bundelen  in Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s).
  • Naast het innovatiefonds MKB+ verlenging van de garantieregeling voor ondernemingsfinanciering (GO) voor leningen tot maximaal € 50 miljoen.
  • Het garantiebudget van het borgstellingskrediet MKB wordt verhoogd van ruim € 750 miljoen naar € 1 miljard.
  • Het plafond voor microkredieten wordt verhoogd van maximaal € 35 000 naar € 50 000.
  • Per 1 januari 2013 afschaffing van dejaarlijkse heffingen voor de Kamers van Koophandel.
  • Het kabinet maakt de crisis- en herstelwet permanent.
  • De doorlooptijden bij medisch-ethische toetsing en vergoedingsbeslissingen wordt verkort.
  • Bedrijven krijgen de mogelijkheid alternatieven voor bestaande wet- en regelgeving aan te dragen.
  • Het kabinet zet in op publiek-private samenwerking in de topsectoren via o.a. de Centra voor Innovatief Vakmanschap en de Centers of Expertise.
  • De vraag vanuit het bedrijfsleven wordt belangrijker bij zowel toelating van nieuwe opleidingen als herordening van het bestaande opleidingenaanbod.
  • Het kabinet roept de topsectoren op om met concrete voorstellen te komen voor private beurzen.
  • Het kabinet start een pilot om de toelating van kortverblijvende kennismigranten te vereenvoudigen.
  • Het kabinet vraagt de topteams om met voorstellen te komen hoe optimaal gebruik kan worden gemaakt van internationale kansen, binnen Europa en daarbuiten.
  • De ambitie voor 2012 is minstens 150 buitenlandse investeringsprojecten aan te trekken ter waarde van € 625 miljoen (3000 directe banen).
  • Het kabinet zal internationaal vooraanstaande (voormalige) CEO’s, politici, wetenschappers en bestuurders betrekken bij de versterking van de economische diplomatie en het aantrekken van buitenlandse ondernemingen.
  • Initiatieven vanuit de topsectoren die de economie en maatschappij in ontwikkelingslanden versterken, worden ondersteund door programma’s voor ontwikkelingssamenwerking (OS).
  • Op 13 januari 2012 dienden alle Topteams hun Human Capital Agenda in bij Minister Verhage vergezeld van het innovatiecontract dat voor de sector gesloten is. De Minister zal hier op korte termijn uitsluitsel over geven.
  • Op 13 februari nam Minister Verhage het Masterplan Bèta en Technologie in ontvangst van de Toppteams en kondigde hij aan hier op 2 april uitsluitsel over te geven.

Voortgang van het Bedrijvenbeleid van de overheid

Op 28 september 2011 organiseerde de Tweede Kamer een hoorzitting over het voorgestelde Bedrijvenbeleid. SIC liet hiervan een verslag maken. 13 oktober 2011 stuurde Minister Verhagen een brief naar de Kamer waarin hij middels de instelling van ondernemerspleinen een volgende stap in het Bedrijvenbeleid aankondigde. Op 2 november 2011 werd de begroting van het Ministerie van EL&I goedgekeurd door de Tweede Kamer. Op 15 februari 2012 verscheen in de Volkskrant het opiniestuk De maakindustrie is springlevend van Minister Verhage.

Reacties van sociale partners en bedrijfsleven

De eerste reacties van het bedrijfsleven waren over het algemeen positief. Vakbonden,Onderwijs, en wetenschap lieten meer kritische geluiden horen. Medio september 2011 riepen de CEO's van grote Brabantse bedrijven de Minister op tot de instelling van een Taskforce Crisisbeheersing.

Op 22 November 2011 spreken VNO/NCW, MKB Nederland en Stichting VMBO Platform middels een manifest gericht aan de Tweede kamer hun zorgen uit over de toekomst van het technisch onderwijs in Nederland.

  • Op 22 November 2011 spreken VNO/NCW, MKB Nederland en Stichting VMBO Platform middels een manifest gericht aan de Tweede kamer hun zorgen uit over de toekomst van het technisch onderwijs in Nederland.
  • Op 13 februari 2012 liet FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink in een reactie weten zich volledig te kunnen vinden in het Masterplan Bètatechniek.

Reacties van SIC en SAC

Het SIC bestuur heeft Prof. Dany Jacobs en zijn promovendus Evert-Jan Velzing gevraagd om de voortgang van het bedrijvenbeleid de komende jaren kritisch te volgen. Hun periodieke rapportages worden vervolgens in de SAC besproken. Deze rapportages kunt u hier downloaden.